Kerstpreek 2016 Lukas 2 vers 32: Een Licht tot verlichting der heidenen, en tot heerlijkheid van Uw volk Israël.

Kerstpreek 2016:             het thema van de preek is: Licht in de duisternis

 

Lukas 2 vers 1-5 en Lukas 2 vers 25-34

Johannes 1 vers 1-14

Tekst Lukas 2 vers 32 : Een Licht tot verlichting der heidenen, en tot heerlijkheid van Uw volk Israël.

 

1.Licht in een duistere tijd.

2.Licht in een duistere wereld.

3.Een Licht voor de heidenen.

4.Hij het Licht in mijn duisternis.

 

 

1.Licht in een duistere tijd.

 

Gemeente vandaag de dag waarop we mogen gedenken aan de geboorte van de Heere Jezus. Hij kwam om zondaren te redden. Hij kwam in een duistere wereld, waarin wij tot op heden nog steeds leven. Gebonden in de schaduw van de dood zoals psalm 107 dat zegt. De strik van de zonden en van de begeerte tot de zonden.

Een Kerstfeest in een duistere tijd. Och wat vond er dit jaar allemaal niet plaats in ons land en in de wereld? Steeds verder gingen we en gaan we nog steeds van God en Zijn geboden af. Aanslagen, moorden, Islamisering, secularisatie, natuurrampen, ziekten. Gemeente wat een duistere tijd leven we in. En zonder God te leven wordt ons leven in het diepst donker en zwart gekleurd. Wat is het doel zonder Hem in ons leven? Wat is het levensdoel zonder het geloof in Hem? Ja wat een ijdele vreugde zonder dit Kindeke te kennen waarover we het vandaag mogen hebben. Christus geboren in een stal, in een donker Israël, in een duistere tijd. En toch straalt er licht. Ja want Christus is geboren, Hij kwam naar deze wereld voor ons. Hij kwam om Licht te geven in de duisternis. Nee niet alleen om Licht te geven, maar om hét Licht te zijn. Straks horen we daar meer over in onze laatste gedachte, dat Hij kwam om ons harde en zwarte hart te verbreken, dood door de misdaden en de zonden. Om Licht te geven, om mij te bekeren. Een Licht te zijn in mijn duisternis.

 

Maar eerst onze eerste gedachte: leven in een duistere tijd. Wat leefde dat volk in o zo duistere tijd. De Romeinse bezetter heerste over Israël en een goddeloze koning bestuurde het land. Een koning die er niet voor uit deinsde om zijn familie uit te moorden, om kindertjes te vermoorden, om de Zaligmaker te willen vermoorden. En niet alleen in deze duisternis leefde dit volk Israël. Nee het ergste was nog wel dat het volk de belofte van God vergeten was en sommigen kon het misschien al helemaal niets meer schelen. Ze leefden toch best in Israël en waarom zouden ze nog uitzien naar de komst van de Messias? Anderen zagen er wel naar uit, maar dan weer op een heel andere manier. Zij zagen uit naar de Messias die in hun woorden hen zou verlossen van het Romeinse juk, maar het boze juk van hun hart en van hun zonden? Nee gemeente, dat beviel zo goed, nee daar moest de Messias niet aan durven komen. Verlossing ja daar zagen ze wel naar uit, maar naar de verlossing van hun hart? En gemeente hoe is het vandaag met ons gesteld, zijn wij net als dat volk Israël? Verlost willen worden van onze problemen, maar niet van ons boze hart? Gered willen worden van de zorgen en noden in ons leven, maar niet van onze eeuwige rampzaligheid?

 

Maar God zij dank waren er ook mensen die naar Hem hadden uitgezien, een Simeon en een Anna. O wat had Simeon er naar verlangd om de Messias te mogen zien. Met eerbied gesproken als er één doel nog was in het leven van Simeon was het om de geboren Zaligmaker te mogen zien en te mogen vasthouden. Wij kunnen soms zo een heel lijstje maken van wat we allemaal zouden willen bereiken in ons leven. Allemaal tijdelijk geluk, ijdelheid! Maar Simeon had maar een wens. Christus de gekomen Verlosser in zijn handen te mogen drukken en te mogen kussen. Is dat ook jouw verlangen? Daar kunnen al je lijstjes van de toekomst die je zo graag zou willen zien, die paar jaar op aarde. Nee daar kunnen al die lijstjes niet tegenop. Daar staat Simeon op het plein. Stralend van vreugde, de geboren Zaligmaker in zijn armen. Wat had Hij ernaar verlangd, wat had Hij daar naar uitgezien. De woorden van Psalm 2, ‘en kust den Zoon vanouds u toegezeid’. Dit lied werd werkelijkheid in Zijn leven. Zijn dierbaarste Schat hield hij in zijn armen.

Ach de wereld rondom hem heen, hoe velen waren er naar Bethlehem gereisd om Christus daar te mogen aanbidden? Hadden de herders niet met grote blijdschap overal Gods werk verkondigd? Christus geboren, de beloofde Messias in een arme stal. Nee de wereld begreep het niet. Kan dit de Messias zijn? Als het zo moet dan hoeft niet meer. We verwachten een rijke koning, vol van macht en van heerschappij. Iemand die Herodus van de troon stoot. Ja iemand die eeuwig de troon van David zal bezitten op de aarde en zal regeren wijs en zacht. En dit Kindeke de beloofde Messias? Geen gedaante om Hem begeert te hebben, niets begeerlijks aan Hem, of toch wel? Ja want dat Kindeke in de kribbe straalt liefde af. Liefde niet af te meten, zo intens en zo oneindig diep.

Dat is de grootste schat die Simeon mag kennen. ‘ Leg wereld leg schatten, gij kunt niet bevatten hoe rijk ik ook ben’. Hij Christus mijn Heere en mijn Zaligmaker. ‘Een Licht zo groot, zo schoon’. Een Licht in een duistere tijd, een licht in een verharde en een duistere wereld. Een wereld die straks als dit Kindeke groot geworden is, Hem zal bespotten en zal kruisigen.

Wat een liefde van God om Zijn eniggeboren Zoon te zenden naar deze wereld. Verloren door zonden en door schuld. Gevallen door de zonden en gevallen in de diepste ravijn. In deze donkerte leven wij, in een o zo donkere tijd leven wij. En het ergste is dat we het vaak zelf niet eens meer doorhebben en het zelf niet eens meer zien. Reddeloos verloren in de afgrond gevallen. En toch God laat ons daar niet liggen. Nee Hij geeft Zijn Zoon aan een wereld in moordenaars handen. In diepste duisternis geheuld. Zie het Licht. Zie mijn Zoon. ‘Het doet Mij zoveel pijn, Hij Mijn eniggeboren Zoon. Maar Ik geef Hem, Mijn enigste voor u.’ O wat een heerlijk evangelie. De mond loopt er van over en schiet woorden tekort. Mijn liefste en Heiland U kwam om mij te redden. Daar had Hij Zijn leven voor over, om te sterven voor mij.

 

Een duistere tijd. En toch gemeente ook al leefde dat volk in een duistere tijd en nu nog steeds met de zovelen vijanden rondom en ook al leven wij in een o zo duistere tijd. Toch schijnt er vandaag een Licht. ‘Daar is uit ‘s werelds duist’re wolken een licht der Lichten opgegaan’. Het Licht schijnt in de duisternis. Begrijpt u het gemeente? Licht. Licht in een tijd van vervolging van zorgen, van noden, van terreurdreigingen, van ziekten, van rampen. Noem het maar op. Licht! Maar ik zie helemaal geen licht zegt iemand onder ons. ‘Het blijft allemaal zo donker en waar is God nou in mijn leven? Ik ben mijn man of vrouw verloren en ik zit zo eenzaam alleen met kerst. En u spreekt van licht?’ Ja, want ook al kan het voor ons donker lijken en ook donker zijn. Hij is er en Hij vergeet ons niet. Nee Hij heeft gedacht aan Zijn genade, Zijn trouw aan Israël nooit gekrenkt. En we mogen door genade dit woord van Israël doortrekken naar ons eigen leven. ‘Hij heeft gedacht aan Zijn genade, Zijn trouw aan u, aan ons nooit gekrenkt. Nee Hij liet de wereld niet achter in zonden en in schuld. Wat zou dat begrijpelijk zijn geweest, eerlijk zelfs en rechtvaardig. Maar Hij geeft Zijn leven over om dat van ons te redden. ‘Daar straalt een morgenster bij de stal van Bethlehem. Om te stralen van de liefde en trouw van dit Kind. Verlossing zal Hij brengen, genade wie zich troostend in Zijn bloed bevind.’ Dat is het kerstwonder wat we vandaag mogen gedenken. Het Kindeke in de kribbe, wat verlossing zal brengen, wat later 33 jaar na Zijn geboorte aan het kruis zal hangen, geslagen, bespot en aan het kruis genageld door onze overtredingen. Van kribbe naar kruis, want zonder Pasen is kerst maar een leeg feest. Een feest zonder inhoud, een feest zonder evangelie en zonder boodschap. Maar de Heere Jezus wou sterven voor die mensen die aan Zijn kribbe lagen neergeknield. Die niet meer buiten zichzelf willen en kunnen leven. Die geen vrede meer vinden in de donkerte van deze wereld en haar zonden. Simeon begreep het, Hij kon niet meer zonder hét Licht. Nu kon hij werkelijk in vrede sterven. In vrede heen gaan. Zonder vandaag voor de kribbe neer te knielen en Hem te aanbidden en Hem in alle liefde waardig te schatten kunnen we niet in vrede heen gaan, maar komen we om in de eeuwige rampzaligheid.

 

Leven in een duistere tijd. Wat kan het donker zijn en wat kan je je eenzaam voelen als geliefden heen gingen. Herinneringen gaan terug naar de vorige kerst. Wat een droefenis, maar blijf er niet in hangen. Hij geeft Licht in ons leven. In al onze wonden, zie op Hem. Het kerstwonder van 2016, het evangelie Licht. Heil in dit Kindeke in de kribbe. Zo mogen we ook al leven we in een duistere tijd, van onzekerheid en van angst, met een vertrouwende blik in de kribbe kijken. Daar ligt mijn Verlosser en Hij had mij zo lief. Zo lief had de Vader mij, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft. En wie in Hem gelooft, wie dit Kindeke aan Zijn hart mag drukken. Wat een zalig kerstfeest mag het dan zijn. Vrede met God, vrede in het hart. Wie zal mij kunnen scheiden van de liefde van God?

Nee we hoeven niet te hopen dat de donkerte van deze wereld zal verdwijnen, want dat doet ze niet. Het wordt als maar donkerder en het Licht lijkt steeds minder te schijnen in de wereld. En toch schijnt er een groot Licht in de duisternis. De wereld geeft er geen acht op, ze probeert op alle manieren dat Licht te doven. De duivel staat met emmers water klaar, om het vuur van Gods liefde te willen doven en toch blijft het Licht branden en het liefdesvuur raakt nooit gedoofd. Want de Geest werkt in de harten van ongelovigen, Hij mag de schijnwerper zijn die op Christus werk mag schijnen. Een helder Licht bij Bethlehem. Een Licht voor alle volken, voor Joden en voor de heidenen. Duisternis zal er blijven, omdat het hart duister is. Maar laat Christus over u lichten, laat de morgenster opgaan in u hart. Donker en toch schijnt er Licht, want wie in Christus gelooft en wie Hem mag kennen als Borg en Zaligmaker, zie het Licht zal blijven schijnen tot in eeuwigheid. Christus in je leven, wat een troost om zo te mogen leven in deze duistere tijd. Met Hem kan het verder en dan, ik vrees niet schoon ik door duistere dalen. De wereld zal in rep en roer verkeren, het zal alsmaar erger worden. De wereld zal zich tegen Israël keren en trachten definitief uit te roeien. Over donkerte gesproken! De antichrist zal de scepter zwaaien over de wereld en over Europa en Gods kinderen dan? Ja wie Hem mogen kennen zullen het Licht zien. Want het Licht is bij hen en zal bij hen blijven. Christus met hen, het oog omhoog, zien op Hem. ‘Sla ogen naar t’ gebergte heen, van waar ik dag en nacht des Hoogsten bijstand wacht. Mijn hulp is van de Heer alleen.’ Zie het Licht schijnt in een duistere tijd en in een duistere wereld, maar Zijn kinderen mogen roemen. ‘Dus wordt des Heeren volk geleid, Door 't licht, dat nu ontstoken is, Tot kennis van de zaligheid, In hunne schuldvergiffenis.’ Geleidt te mogen worden door Hem in een duistere tijd en in een duistere wereld, maar met een verlicht hart. Het Licht schijnt in hun harten en wie zal het Licht doven?

 

2.Licht in een duistere wereld.

Ja gemeente zo hoorden we net van het Licht in een duistere tijd, maar wat leven we ook tegelijkertijd in een duistere wereld. We stonden er net al verschillende keren bij stil. In een wereld te leven van verdriet, haat en terreur. Een wereld die God niet meer kent en wil kennen. Een wereld die alleen maar op zichzelf gericht is. Hoe kan aan al mijn wensen voldaan worden en waar voel ik mij het prettigste bij. Een wereld die zich kenmerkt door het woordje ego, een wereld die al helemaal niks meer van een god of van God wil weten. Alles draait om de persoon zelf. Een duistere wereld, een wereld die God haat en die Gods geboden te grabbel gooit.

Wat merken we dat aan de besluiten die woorden genomen in de tweede kamer. De Zondagswet moest worden geschrapt, zodat winkels ten allen tijden op zondag gewoon open konden en kunnen gaan. Ook de manier waarop we als land omgingen met het prille leven. Denkend aan thema’s zoals Euthanasie en Abortus. Steeds verder dwaalden we van God af en Zijn geboden. Keer op keer werden we wakker geschrikt door aanslagen en terreur. Een waarschuwende vinger naar ons leven kwam elke keer weer opnieuw terug. Ben jij bereid te sterven? Het leven herpakte zich weer en de aanslagen waren we zo weer vergeten. Zoveel te doen in de drukte van alle dag. De duivel plant onze agenda helemaal vol. Is er nog tijd dat we kunnen stil staan bij het kerstwonder: het Kindeke in de kribbe? Want daar draait het met kerst om, niet in de eerste plaats om de sfeer, eten, gezelligheid, familie, nee dat zijn allemaal mooie dingen die zeker genoten mogen worden. Maar in de eerste draait het om ken jij hét Kindeke in de kribbe? Ben je al in Bethlehem langs geweest en heb je daar geknield voor de kribbe? In dit Kindeke is redding en door Hem te aanbidden en te dienen is er eeuwig leven. En door Hem te kennen ja wat een vrede, een vrede die alles en het verstand te boven gaat. Christus mijn liefste en mijn Redder. ‘Zal Hem nooit vergeten, Hem mijn helper heetten. Al mijn hoop en lust.’

 

Leven in een duistere wereld. Nee niet alleen een wereld waar veel geweld in plaats vindt, ook een wereld waar de mensheid zo in talrijke mate geheel verduistert is geworden. Vroeger zag het op zondag zwart van de mensen die naar de kerk gingen. Nu zijn het slechts per straat nog maar enkelingen of misschien ben je de enige wel. De aantallen moskeeën in Nederland werden steeds meer, kerken waar ooit het zuivere Woord werd gepredikt en het kerstevangelie werd verkondigd, op verscheidene van deze plaatsen resen moskeeën op.

Er kwamen vele uitgaven van allerlei Bijbeluitgaves. Wat moeten mensen niet denken van ons christenen? Hebben wij niet aan de bron genoeg? Zonder verder enige uitgave te bekritiseren, maar het geeft onze naaste wel een indruk hoe wij omgaan met Gods Woord. Velen denken al weer een nieuwe Bijbeluitgave? Of de zovelen kerken die scheurden de afgelopen eeuw en eeuwen. Hoe geestelijk zijn wij verduisterd? We gaven elkander de schuld in kerken, we maakten ruzie en gingen al ruziënd uit elkaar in het Huis van God notabene. Nee als wij ten eerste kijken naar een verduisterende wereld moeten we als eerste in ons eigen hart kijken. Hoe zwaar hebben wij niet misdaan de afgelopen weken en jaren? Hoe vaak zijn wij niet van het Heilspoor afgegaan? Hoe vaak gemeente hebben wij onze naastenplicht uit liefde niet vervuld? Ook hier in Europa klopten asielzoekers aan de deur van Nederland. En uit angst voor terrorisme en dat is terecht, maar niet terecht dat allen over één kam worden geschoren. Horen wij als christenen juist niet een voorbeeld functie uit te dragen naar de mensen rondom ons heen. U bent vreemdeling geweest in Egypte, gedenk daar aan zegt de Heere tegen Israël. Deze mensen mag je niet aan hun lot over laten. Zij zijn ook geschapen door God in Zijn evenbeeld. Zo gij een van hen te drinken heeft, hebt gij dat Mij gedaan! Is de conclusie niet dat wij net zoveel hebben misdaan als onze naasten. Gezien onze dwalingen en onze zonden. ‘O Heere vergeef mij toch al mij zonden, die Uwe hoogheid schonden.’

 

Wereldse duisternis. Nee dat Licht van kerst blijft toch vaak hen een raadsel. Hoe kan God Zijn enige Zoon geven aan een wereld? Hij is liefde dan doe je dat toch niet? En toch deed Hij dat wel. Hij had Zijn Zoon zo ontzettend lief, maar ook de wereld die Hij geschapen had, u als mens, jij als mens en ik als mens, naar Zijn evenbeeld. De mensheid geheel verloren door de zonden. Dat greep Hem aan het hart. Voor eeuwig verloren, verdiend en terecht. Maar Zijn liefde was zo oneindig groot. Hij gaf Zijn Zoon zulke liefde nooit gegeven als Hij deed. Wat een onverdiende genade en oneindige liefde stroom van de Zoon.

Wat een zalig kersfeest wie zo Hem en Hem alleen mogen aanbidden. Mag je er ook van getuigen tegenover je naaste, je buren, je vrienden, je collega’s? Kerst houdt meer in dan alleen maar sfeer en eten en cadeaus. God gaf het liefste wat Hij had geheuld in het leven van Zijn Zoon. De losprijs voor onze ziel. Nee bij die kribbe hadden die herders en de wijzen dat geheel nog niet door. Dat Hij voor hen zou moeten sterven. Zo’n onschuldig Kindje in de Kribbe voor hen straks lijden en voor hen straks zal sterven. Simeon zag deze geschiedenis al voor ogen door de goddelijke openbaring van de Heilige Geest. ‘En Simeon zegende henlieden, en zeide tot Maria, Zijn moeder: Zie, Deze wordt gezet tot een val en opstanding veler in Israel, en tot een teken, dat wedersproken zal worden. (En ook een zwaard zal door uw eigen ziel gaan) opdat de gedachten uit vele harten geopenbaard worden.’ Maria begreep het nog niet dat het Kindje in de kribbe voor haar zou sterven aan het kruis. Later bij het kruis van de Heere Jezus voelde ze het. Een zwaard door haar ziel. Mijn zoon! Als de pijn je liefste kind de dood in te zien gaan. Verslagen in het hart, haar Liefste weggenomen. Ze zal zich ongetwijfeld in de woorden van koning David kunnen hebben vinden. Psalm 42; “Met een doodsteek in mijn beenderen honen mij mijn wederpartijders, als zij den gansen dag tot mij zeggen: Waar is uw God?”

 

Kerstfeest in een duistere wereld. Een wereld die meer in de kerstman ziet als in God die Zijn grootste geschenk wil geven Zijn Zoon. Een wereld die zich in vermaakt in de uitgaansgelegenheden. Trouwen, feesten, geld en macht en alleen maar bezig zijn met de dingen van deze wereld. Want natuurlijk is trouwen niet verkeerd en natuurlijk is geld niet verkeerd, zolang we niet in al deze dingen opgaan. Zolang deze dingen ons niet bij de Heere vandaan houden. Een wereld die zich vindt in het vermaak. Noach kon er over mee spreken. Hij zag het voor zich gebeuren hoe groot de impact was op deze mensen. Ze waren met niets meer anders bezig als met deze wereld en ze deden wat God verboden had en ga zo maar door. En tot de zondvloed kwam, jaren lang de tijd gehad om naar de boodschap der bekering gehoor te geven gingen ze de ondergang tegemoet. In precies zo’n wereld leven wij vandaag, de Heere Jezus profeteerde er al van. ‘Het zal zijn als in de dagen van Noach’. Een van de tekenen der wederkomst van de Zoon.

Een duistere wereld. Een wereld verloren in schuld. En toch daar die kribbe in Bethlehem. Daar het Kindeke in de kribbe, ja Hij kwam om zondaren zalig te maken van hun zonden. Hij kwam niet voor mensen die aan de wet van Mozes genoeg hebben, ik doe me best en ik zie wel of ik het red. Of farizeeën die door een voorbeeldig leven te leiden en door gebed en allerlei zelf verzonnen wetten de zaligheid trachten te verdienen. Neen heden genade voor u, mij zondaar. Gehuld in die duistere wereld, misschien verstopt, mee schuilend en in de mensenmassa op de brede weg naar de eeuwigheid. En naast die brede weg zien we in de verte Bethlehem liggen. De herders gaan met haast, ‘komt laten wij aanbidden’. En of we nu vandaag op de brede of smalle weg lopen. We gaan langs Bethlehem, we gaan langs die stal. Een ster doet de stal uit de omgeving oplichten, kom binnen, kom toch en aanschouw het Kindeke. ‘Aanbid Hem nederig al uw leven’. Laten we toch binnen gaan. Niet voorbij lopen, maar binnen treden. Om die blik van Hem op te vangen, Ik voor jouw. Ik in jouw plaats. Misschien ben je elk jaar wel voorbij die stal gegaan. Dit jaar nog niet, nee ik heb zo druk (met de dingen van de wereld). Kom de uitnodiging gaat nog uit, de stal is nog geopend. En van de stal gaat er een weg naar het kruis. Deze Mijn geliefde Zoon, in welke Ik Mijn welbehagen heb, zie op Hem. Aan het kruis genageld, Hij wist de weg die Hij zou gaan. het lijden en de beproeving, de aanvechtingen. En toch kwam Hij, Hij wist dat Hij vernederd zou worden. Zou komen in een wereld in handen van moordenaars. Mensen die Hem aan het kruis zouden hechten en nagelen. Ja en toch kwam Hij, want Zijn liefde had geen grens voor mij.

 

Wat een helder Licht in een duistere wereld. Een wereld die niet zal veranderen, maar alleen maar verder zal afdwalen van God. Hoe lang zullen wij nog gespaard worden van vervolging? Hoe lang zullen wij nog in ons land getolereerd worden door onze naasten en de regering? Steeds meer christenhaat is al te merken in ons eens zo christelijke land. Een land geboren uit gebed, een land wat met bloed heeft gestreden voor de vrijheid van Godsdienst, wat gestreden heeft voor het Woord van de Heere. Opdat ieder hier in Nederland dit Woord zou kunnen en mogen lezen. Willem van Oranje gaf zijn leven hier voor en een van zijn laatste woorden waren, ‘ Heere gedenk dit arme volk’. Och of dit gebed vandaag opnieuw op onze lippen ligt. ‘Heere gedenk dit arme volk’. Onwetend, op weg naar de eeuwigheid. Levend in het duister van de wereld. Als de geschiedenis van de rijke man. Alles had hij wat zijn hart begeerde, maar God kende hij niet. Voor eeuwig verloren! Nee gemeente, we kunnen niet over deze dingen zwijgen. Ook al klinken ze ons zo beschamend in de oren. De oproep tot bekering is van levens belang. ‘Kom toch Heere met Uw Licht in de wereld en doorschijn ons land met Uw Licht’. In velen landen buiten Europa waar christenen vervolgt worden mogen er velen tot geloof komen. Beproeft, gemarteld en gedood en toch gestorven in de Heere. Werkelijk niets kon hen meer scheiden van Zijn liefde. En hoe kwam dat? Waren zij zo goed, of zijn wij zo goed als we deze troost mogen kennen en ons mogen weten geborgen in Zijn bloed? Nee Hij had de mens als eerste lief, als we uit ons zelf zouden verwachten, wanneer zou het komen? Maar Hij geeft liefde. Liefde die harten verbreekt en door genade mag ik Hem lief gaan krijgen. Want mij oude hart heeft Hem gekruisigd, mijn oude hart is hetzelfde als die van de goddeloze en wrede koning Herodus die al die kindertjes de dood in jaagt rondom Bethlehem. Maar Hij schept een nieuw hart, wat God lief heeft en de naaste als zichzelf. Opdat we zo ook mogen gaan schijnen en getuigen in een duistere wereld, van dit wonderbare Licht. Zie de Zaligmaker is gekomen, geboren in een stal. Er was geen enkele plaats voor Hem, niet in onze huizen, niet in ons hart. Geboren in een vieze stal, zo vies ziet ons hart eruit. In deze onze hart wil Hij wonen en wil Hij werken. Om met Zijn Licht te schijnen en mij tot Hem tot geloof en bekering te brengen. Wat een wonder!

 

We gaan zo naar onze derde gedachte. We stonden stil bij een duistere tijd en net bij een duistere wereld. Zacharias mag mee getuigen van het Licht dat komen zal. Ja want zijn geboren zoon Johannes mag de voorloper van de Heere Jezus zijn. Om van dit Licht te getuigen, om op te roepen tot bekering en geloof in Gods eniggeboren Zoon. Gods Zoon die naar de wereld kwam om in deze duisternis tot een Licht te wezen voor Zijn volk en alle volken der heidenen. Zacharias zegt het zo: ‘ Om te verschijnen dengenen, die gezeten zijn in duisternis en schaduw des doods; om onze voeten te richten op den weg des vredes.’ Ja Christus kwam om ons te redden in de schaduw des doods, om ons te redden en weg te rukken van de brede weg die naar het verderf leidt. Hij een Licht der heidenen en tot heerlijkheid van Zijn volk Israël. Uit dit volk de Messias geboren.

De duivel heeft zo’n haat gezaaid naar dit volk vanwege dit feit. Omdat Israël het erfdeel is van de Heere, omdat het Zijn volk is. Maar bovenal dat Gods Zoon geboren werd uit dit volk. Wat zijn er veel oorlogen ontstaan tegen Israël. En niet te vergeten de Holocaust. Miljoenen Joden die worden vergast in gaskamers en de dood vinden. Het was niet in de eerste plaats een Duitser of Hitler die achter dit plan zat, maar de duivel zelf. Heel Zijn volk Israël moest sterven, er mocht er geen een van Zijn verbond overblijven. Maar God is zoveel krachtiger en sterker, Hij beschermde Zijn Volk en dat onverdiend. Vanwege het feit dat zij Christus hebben gekruisigd. Maar tegelijkertijd er aan toe te voegen dat wij in onze zonden mee Christus hebben gekruisigd. En toch zal dit volk Israël nooit uitgeroeid worden, want het is de oogappel des HEEREN. Hij waakt over Zijn volk en straks als heel de wereld zich rondom tegen Israël zal spannen en Israël de Heere Jezus zal gaan aanroepen. Dan zal het volk bevrijdt worden en zal zalig worden. Ja dan zal de eeuwige glans van Gods macht pralen rondom dat volk. Israël Mijn erfdeel zegt de Heere door middel van de profeet Jesaja. Gezegend zal dat volk eens zijn als ze geheel tot bekering zullen mogen komen in de Heere Jezus Christus. Dan mag daar in het duistere Israël een Lichtend Licht opgaan. Een Licht op de kandelaar. Een Licht wat nooit meer zal uitgaan. Ja want als ze zich tot Hem zullen hebben gewend zal Hij komen en het komende Jeruzalem zal nederdalen uit de Hemel. Voor eeuwig Licht, met het Licht. Want Hij zal bij Zijn kinderen op de nieuwe aarde wonen. En wie zal het Licht dan kunnen doven? Het zal branden tot in eeuwigheid en wie in Hem hun heil en hoogst geluk mochten vinden zullen het schoonste lied van deze Koning zingen. Terwijl hun geest, hun gladde tongen drijft. Eeuwig lof en eer! Eeuwig Licht en geen donkerte meer.

 

3.Een Licht voor de heidenen.

In de derde plaats is dat Licht wat schijnt in de duisternis, een Licht voor de heidenen. Christus kwam in de eerste plaats voor Zijn Volk Israël. Maar Zijn volk hebben Hem niet aangenomen, nee zij hebben Hem uitgespuwd en gekruisigd. Toen ging het evangelie ook naar de heidenen. We lezen dat Paulus de grens naar Europa oversteekt nadat Hij dat gezicht gezien heeft daar bij Troas. ‘Kom over en help ons’. Het Woord van de Heere mocht verkondigd worden in een duister Europa. Landen waarvan de volkeren alleen maar bezig waren met iegelijk hun eigen afgoden. Paulus komst gaat naar Turkije. Het land waar nu zo veel Islam is en waar christenen verre weg in de minderheid zijn en soms zelfs geen eens Zijn Naam openlijk meer kunnen belijden. Vanuit die weg in Europa, mocht rond 600-700 jaar na Christus geboorte het eerste Licht ook in ons land binnenkomen. Willibrord en Bonifatius kwamen naar Nederland en brachten het evangelie ook ons land binnen. Wat een genade van de Heere, dat Hij ook ons genade en evangelie wou geven. Terwijl er nog zovelen landen en met name in het continent Afrika nog in onwetendheid leven en nimmer het evangelie hebben horen prediken. Een Licht voor de heidenen. Voor de volken rondom Israël. Nee die kribbe daar in Bethlehem staat er niet alleen meer voor de Joden, ja wel in de eerste plaats, maar die kribbe mag er door genade ook voor ons staan. Voor heidenen en onbesneden noemt de Bijbel ons. Zij die eertijds in duisternis geleefd hebben, zij zullen een groot licht zien.

Terug gekomen bij Simeon, de man die zo dicht bij de Heere leefde. ‘Want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien, Die Gij bereid hebt voor het aangezicht van al de volken’. Zijn ogen mochten Zijn zaligheid, Zijn almacht, Zijn grootheid, Zijn genade, Zijn Majesteit, Zijn liefde en barmhartigheid zien. Voor alle volken. Zie hoe groot deze God is, een God van genade en van liefde. Een Licht voor de heidenen. Voor volken die leefden en leven als Sodom en Gomorra. Zoals Nineve, kwaad in de ogen des Heeren en toch een Licht voor deze gruwelijke volken. Voor hen mag deze blijde boodschap een zegen worden. Een boodschap van genade en een boodschap van evangelie. Licht over Europa, Licht over deze duistere wereld. In alles wat er afgelopen jaren plaats vond en in de afgelopen eeuwen plaats heeft gevonden. Er is een weg naar boven gekomen, een weg tot eeuwige redding en eeuwig behoud.

 

Dit Licht wat verkondigd wordt zal tot een val en opstanding zijn van velen in Israël. Door genade mogen er Joden tot ontdekking komen. Hij de Messias is geboren en wat een rijke troost om te mogen weten dat Hij voor mij gestorven is. Maar tegelijkertijd is de geboorte van Christus ook een opstanding van velen. Wat bedoelt Simeon hiermee. Om duidelijk te krijgen wat Simeon hier bedoelt moeten we een stukje lezen en wel vanaf vers 34b en 35: “tot een teken, dat wedersproken zal worden. (En ook een zwaard zal door uw eigen ziel gaan) opdat de gedachten uit vele harten geopenbaard worden.” Er zullen er velen komen die Christus zullen zoeken om te doden, maar ook burgers die in verzet komen tegen de Heere Jezus. Tegen Zijn prediking van genade en van evangelie. Farizeeën die niets van Hem willen weten, omdat ze vinden dat ze zelf kunnen betalen door de wet zo goed mogelijk na te leven. Maria ervaart de pijn als haar geliefde Zoon aan het kruishout hangt. De gedachten uit de vele harten van mensen worden werkelijkheid. Zij die onder Zijn prediking zaten en het evangelie mochten horen, verbitterd, geen redding willen hebben in Hem. Zij roepen later voor Pilatus de gedachten van hun boze hart uit, ‘kruis Hem, kruis Hem’.

En gemeente wat is ook dit Licht in Europa tot een val en opstanding geweest van velen. Nee want ook al konden ze Christus lichamelijk niet meer kruisigen toch deden velen mensen dat in hun hart wel en nog steeds. Maar ook onverminderd ging de haat naar degene die wel Hem wilden dienen en die Hem wel willen liefhebben. De duivel zaait haat in de harten der ongelovigen. De wereldwijde christenvervolging is hier een groot voorbeeld van. Christenen doen niemand kwaad en toch worden ze vervolgd. En waarom gemeente, waarom worden Moslims nergens vervolgd? Dat komt omdat onze Godsdienst, het geloof in de Heere Jezus het ware geloof is. Daarom bestrijd de duivel ons waar hij kan. Hij wil er zoveel mogelijk ter verderf brengen, zoveel mogelijk voor eeuwig verloren laten gaan. Kan hij het beste niet beginnen onder de christenen zelf? Want mensen die nergens in geloven die laat hij in slaap. Laat ze maar verder slapen, maar Gods kinderen wil hij met hem ten verderf brengen. Hij gaat rond als een briesende leeuw zoekend wie hij kan verslinden. En ook in Europa is hij rond gegaan in de loop van de eeuwen om verderf te zaaien. Denk aan de vervolging in ons land in de tijd van de tachtigjarige oorlog. Velen kinderen van God die op de brandstapel terecht kwamen en het leven lieten. Ja voor hen was dit tijdelijke leven op aarde niet te verwisselen tegen de eeuwige heerlijkheid bij Christus te mogen wezen. Hun liefste, hun Heiland gestorven aan het kruis. Zo konden ze toch zingend sterven.

Ik herinner mij een verhaal uit de christenvervolging in Frankrijk. Ik heb het volgens mij al eens verteld, maar het laat op mij toch diepe indrukken na. Een dominee die gezocht werd door zijn vervolgers stond samen met een priester een terechtstelling achter een raam gade te slaan. De priester was weliswaar Rooms, maar een kind van de Heere. Hij verafschuwde de vervolging en hij verheugde zich om eens met de vervolgde broeders samen voor Gods troon te mogen zingen. Daar stonden ze achter het raam, een jonge dominee en drie broers werden terecht gesteld. Ze zongen God lof in het uur van hun dood.

 

‘Dit is de dag, de roem der dagen,
Dien Isrels God geheiligd heeft.
Laat ons verheugd, van zorg ontslagen,
Hem roemen, die ons blijdschap geeft.
Och Heer', geef thans Uw zegeningen;
Och Heer', geef heil op dezen dag;
Och, dat men op deez' eerstelingen
Een rijken oogst van voorspoed zag.’

 

Een diepe indruk liet dat achter op de priester. Zijn kinderen stierven en terwijl ze hun laatste lied zongen ging de hemel voor hen open. Ja ook al leek het of de duivel het soms zou winnen in Europa. De Heere liet Zijn werk niet los. Het bloed der martelaren werd het zaad van de kerk. Ook in ons land mochten er velen tot geloof komen en ook hier werden tallozen mensen door het werk van de duivel vermoord, de dood ingejaagd. God heeft ons bevrijd van het Spaanse juk. En daarom is van het ontzettend belang dat de jeugd ook nog de geschiedenis van ons land kent. De Heere liet Zijn werk niet los in ons land, maar de duivel gaat nog steeds zo tekeer. En vandaag de dag gaat hij nog steeds rond als een briesende leeuw, maar we hebben het niet meer door. De duivel vermomd als een wolf in schaapskleding. Hij komt de kerken binnen en breekt ze uit een, hij zaait verdeeldheid en haat. Hoeveel stromen van kerken zijn er in ons land niet ontstaan na 1900 vooral? Kerken scheurden en gingen om het minste uiteen. De secularisatie steekt in ons land de kop op. Bidden wij nog voor ons land? Ik begon er de preek al mee, dat we leven in een duistere tijd, leven in een duistere wereld, maar ook leven in een duister land. Als we zien dat het aantal kerkgangers en het aantal gelovigen drastisch daalt in deze jaren in ons land.

Een Licht der heidenen. En toch zo donker in Europa. De duivel laat Gods kinderen niet met rust. En wij mogen ons terdege verontrust maken over de toegenomen islamisering in ons land. Steeds meer worden we een multiculturele samenleving en verdwijnen de christelijke normen en waarden van de voorgrond of voorgoed. ‘Kom over Heere en verlicht ons land in deze duisternis!’ Mag dat ons gebed niet wezen gemeente?

 

Een Licht voor de heidenen. Voor volken die het zeker niet verdienden kregen het evangelie. De morgenster rijst op en toont zich ook vandaag in deze duisternis over het duistere westen. ‘Laat u hart verlichten, kom tot Bethlehem’. Gods almachtige werk, dat Hij Zijn zoon wou geven en gegeven heeft aan wereld, opdat een iegelijk die Hem gelooft niet verderfe, maar het eeuwige leven hebben. In de wereld ligt geen enkele troost. Mensen bemoedigen elkaar met lege wensen en met lege bemoedigingen. Geen God nodig die voor hen zorgt. Alles zelf willen doen, alles zelf willen beslissen, maar dat betekend ook alle zorgen en alle noden zelf te moeten dragen. Maar laten we dat toch niet doen vandaag terwijl het kerstwonder wordt gepredikt. Een Licht schijnend in een duistere plaats. De duisternis begreep het niet, de duivel begreep het niet. Zo’n liefde voor gevallen mensen? En mensen begrijpen het nog steeds niet, en ik evenmin. Hoe kan het dat God Zijn Zoon over had voor mensen met een donker hart, voor moordenaars en hoereerders. Voor mensen die overspelen met afgoden en zich van God niets aantrekken? Geeft Hij Zijn Zoon aan zulke mensen? Ja Hij had ze lief met eeuwige liefde. Geschapen door Hem, gevallen door hun eigen schuld. Verloren door de vloek der zonden. Maar Christus rijk in barmhartigheid door Zijn eeuwige liefde waarmee Hij ons heeft liefgehad, toen wij nog midden in de dood lagen. Is te Zijner tijd voor de goddelozen gestorven. En dat mag het Licht zijn voor de heidenen. Dat mag het Licht zijn voor ons in al onze zonden en ellende. Begeef en bekeer u tot de Heere Jezus. ‘Komt allen herwaarts tot Mij’. Een Licht in een duister Europa, een Licht in een duistere wereld. Toch mogen er door Gods genade velen tot hét Licht komen. Ik las vanochtend dat er velen tot geloof mogen komen in landen zoals Iran. Christenen worden verdrukt en toch blijven ze geloven. In hun zwakte, krijgen ze kracht door de Heere die hen krachten geeft.

‘t Is Isrels God, die krachten geeft,
Van Wien het volk zijn sterkte heeft.
Looft God; elk moet Hem vrezen.’

Ja gemeente zo mag er toch een Licht opgaan over de heidenen en over een duistere wereld. Tot heerlijkheid van Zijn volk Israël. Want zo hoorden we dat dat volk eens de Heere zal gaan aanroepen en Hij zal zich tot Zijn volk wenden. En Zijn volk Israël zal een zegen zijn te midden van de wereld. En ze zullen met de Egyptenaars en de Assyriërs de Heere dienen (Jesaja). En uit dit volk Israël mocht de Messias, de Zaligmaker en Redder geboren worden. ‘Een Licht tot verlichting der heidenen en tot heerlijkheid van Uw volk Israël.’

 

4.Hij het Licht in mijn duisternis.

Ja gemeente we mochten er al veel van horen. Van Gods grootheid en liefde in het zenden en geven van Zijn Zoon. Gezonden naar een wereld verloren in de schuld. Hij gaf Zijn Zoon, wat een genade en wat een wonder. Daar in de kribbe van Bethlehem de geboren Zaligmaker. Gekomen voor u en voor jouw. En zo even zei ik het al dat we of we het nou willen of niet vandaag langs Bethlehem reizen. Langs die stal waar de Morgenster schittert van God liefde en van Zijn genade. Reizen we de stal voorbij of mogen we door genade binnen gaan?

Zien wat er in die stal te zien is. Een Kindje in de kribbe, ja o zo schoon. Schitterend van liefde en van vrede. ‘Kom en buig je voor Mijn kribbe neer, laat Mij toch voor jouw zonden betalen, laat Mij toch voor jouw sterven. Laat Mij jouw zorgen en jouw noden dragen.’

Licht in mijn duister hart. Ja mijn hart is zo donker, donker door de zonden, donker door de vleselijk begeerte tot de zonden en de aantrekkingskracht van deze wereld. Neergezonken in de diepte van de put zit ik daar met lege handen. Maar Christus zo dierbaar dat Hij af wil dalen in mijn put, in de put van mijn bestaan. Hij geeft Zijn leven voor zondaren die verdoemd zouden moeten worden. Wat een genade dat Hij wou komen naar deze wereld. Daar schittert licht bij Bethlehem, omdat daar hét Licht aanwezig is. Gekomen om de wereld vol van duisternis te verlichten. Een Licht der heidenen, een Licht voor mij gevallen zondaar.

Vergeving en genade, liefde, en barmhartigheid, vrede en rust. En dat alles in dit Kindeke. Ja laten we dan vandaag niet Bethlehem voorbij reizen, maar laten we binnen gaan in die stal. Die arme stal, wat mijn leven moet uitdrukken. Die leegte en dat donker, wat in het diepste mijn hart uitbeeld. Maar in die stal dat Kindeke wat redding brengt, wat Licht brengt in die donkere stal. Wat licht wil brengen in mijn donkere hart. Velen gingen de weg niet naar, maar langs Bethlehem en zijn gestorven en heen gegaan tot de hel. Maar zie er gingen er ook naar Bethlehem  en er gaan er nog steeds. En talrijke stoet van mensen die niet meer buiten zichzelf kunnen leven, maar alles alleen van Hem en alleen uit Hem verwachten. ‘Zij komen aan door het Goddelijk Licht geleidt’. Zie weer opnieuw dat Licht. Want dat staat centraal in heel de Bijbel, in heel deze wereldgeschiedenis. Hij is een genadig en een ontfermend God en nabij degenen die Hem liefhebben.

 

Och gemeente en als u Hem nou niet liefhebt? Laten we dan toch naar die kribbe gaan. Een blik in de kribbe en u bent verkocht. Een blik op Hem en de liefde Gods raakt uw hart.

Zelf willen betalen, ja dat zit altijd al in ons bloed en zelf willen beslissen is de wortel der zonde en de zondeval is er uit ontstaan. Maar zelf betalen, betekend ook zelf boeten. En daar heb je toch het eeuwig leven niet voor over? Laat je dat Kindeke in de kribbe rusten? Voor anderen misschien, maar voor mij niet. Neen dwaas, als gij op zulke zaligheid geen acht geeft, wat een eeuwige ramp zal u dan te wachten staan. In de buitenste duisternis en daar gemeente zal nooit meer een licht opgaan, zal nooit meer evangelie gepredikt worden en daar zal hét Licht zelf niet aanwezig zijn.

Kiezen om dit Kindeke te aanbidden zal beproevingen, strijd en vervolging kosten. Misschien zelfs je bloed zoals dat verhaal van die broeders die werden opgehangen en werden onthoofd. In Noord-Korea kunnen ze over spreken. Leven in kampen, maar ik heb de Heere Jezus lief. Een IS-strijder staat voor jouw met een wapen, ‘ kies heden wie gij dienen zult’. Deze keuze is van eeuwig belang. Kiezen voor de wereld, ach op zijn hoogst kan je er misschien honderd jaar van genieten en dan nog met mate vanwege alle zorgen. Maar dit leven gaat voorbij en alle begeerlijkheden zijn ijdel. Niets gaat er mee in het graf.

Zo mocht er een vrouw op het podium staan die begon te zingen. Van een oud mens was zij een wedergeboren mens geworden. Ze kon niets anders dan Hem prijzen en dan Hem lof te zingen. ‘Maar na de dood is het leven mij bereid, God neemt mij op in Zijnen heerlijkheid.’ Van dood levend gemaakt door het bloed van de Heere Jezus Christus. Daar in die stal met eerbied gesproken ligt niet zomaar een baby. Daar ligt de Zoon van God, gewonden in doeken geheuld. Hij kwam de straf volbrengen, de straf die ons de vrede brengt. Door Zijn striemen is ons genezing geworden. Heel de engelen scharen zingen Gods lof daar bij de velden van Efratha. Het evangelie wordt bezongen, vrede op aarde. Vrede door het bloed van Christus. ‘Ere zij God in de hoogsten hemelen.’

 

Hoe komt nou dat Licht vandaag in mijn hart? De Heere Jezus vraagt vandaag aan u. ‘Laat je toch met Mij verzoenen’, laat mij toch het Licht zijn in jouw duisternis. Of blijf je liever in die put zitten van je bestaan? Ik red het wel zonder God en…… Nee gemeente geef je hart over aan Hem, Hij die zorgen wil voor jouw leven. Dan mag het waarlijk kerstfeest zijn. Dan gaan die kerstwoorden een andere betekenis krijgen in je leven. De woorden van vrede en van genade. Dan loop je die kribbe niet meer voorbij, maar dan ga je die stal binnen. En knielend en huilend voor de kribbe. ‘O Heere ik ben zo zondig, ik heb zo zwaar tegen U misdaan. En Heere ik ben het vonnis dubbel waardig, maar wil mij toch vergeven.’ ‘Maar neen daar is vergeving, altijd bij U geweest.’ Die tot Hem zullen komen zullen niet verworpen worden, maar worden aangenomen tot kinderen van God. Johannes getuigt hiervan, ‘Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven.’

 

Licht in een duistere tijd, Licht in een donker Bethlehem. Want wat was het volk Israël de belofte zo van de Messias vergeten. Er was geen plaats voor Hem. In de wereld van vandaag ook niet en in ons hart? Mag de Heere daar door Zijn genade een plek krijgen in ons leven. Nee niet zomaar een plekje in ons hart, maar ons hele hart in Zijn bezit krijgen. Het eigendom van Christus te worden, een kind van de Heere. Genade en vrede, ja wat een wonder wat we vandaag mogen horen. Want is dit kerstfeest is van eeuwig belang. Als Hij niet naar deze wereld was gekomen, als Hij niet ons had willen redden. En dat terecht vanwege al onze zonden en bespottingen. Maar Christus wou betalen en daarvan mogen we al iets zien in de kribbe. Die liefde die afstraalt van het gelaat van dit Kindeke.

Simeon kon niet meer zonder Hem leven. En wij? Simeon drukte Hem tegen zich aan, zo lief had Hij de Heere. Geprezen zij Zijn naam, dit Kindeke een verlichting der gehele wereld. Tot redding, geestelijk onderwijs en een Godzalige levenswandel met en in de Heere. Zijn kinderen mogen er van getuigen, hoe het Licht in hun leven mocht beginnen te schijnen. En nu nog ten dele, maar straks als Hij terug komt want daar ligt hun hart. Straks als Hij terugkomst zal heel Zijn aangezicht stralen van Licht en van Majesteit. De blinkende Morgenster.

 

Gemeente we gaan afronden. We mochten vandaag in vele opzichten horen over dit kerstwonder en het Licht der wereld. Het Licht schijnend in de duisternis. En toch om af te sluiten gemeente nog even terug naar het volk Israël. De beloofde Messias gekomen, God vervult al Zijn beloften, ja en op Zijn tijd. Daar mensen Zijn belofte vergaten, God vergeet nooit wat Hij beloofd. Op Zijn bestemde tijd vervult Hij al Zijn beloften. En daar mogen we ook om bidden en in het gebed om pleiten. ‘Heere U hebt het belooft, het staat in Uw woord’. Dat mag de ware grond zijn voor het gebed tot Hem. ‘U hebt belooft en Heere ik leg alles in Uw handen. Uw wil geschiede, en verhoor om Jezus wil.’ Zijn komst was niet om het Romeinse juk af te schudden en te heersen op een troon der aarde. Nee Hij kwam om het juk van de mensen gebonden in de macht des satans, om die af te schudden. Om te redden uit de strik des doods.

Een Licht schijnend in een duister hart. Dood door de misdaden en zonden, maar Christus komt met Zijn Heilige Geest en verbreekt verharde harten en maakt ze gewillig aan Hem en wast ze in Zijn bloed. Er gaan er velen naar Bethlehem, de ster staat nog boven de stal. ‘Zie het Koningskind, in wie men alle vrede vindt. Daar verlossing voor wie knielt voor de kribbe en wie dit Kindeke aanbid. Rijk aan verlossing en Zijn bloed reinigt mij wit. Voor wie wil geloven en niet meer zonder Hem kan. Gaan zingend danken en erven t’ eeuwig Kanaän.' Gemeente zingt u mee de lof des Heeren? Simeon kan in vrede sterven, Hij mocht vrijgekocht worden van de zonden. Christus zou voor Hem gaan betalen. Kunnen wij in vrede sterven net als Simeon? Heeft u Hem al in uw armen gedrukt en Hem gekust? Mag u door genade mee zingen met Simeon en met het lied van Maria?

‘Mijn ziel verheft Gods eer;
Mijn geest mag blij den Heer',
Mijn Zaligmaker noemen’

Mijn Heere en mijn God, mijn Liefste en mijn Borg en Zaligmaker. U zij de lof en alle eer, tot in eeuwigheid Amen.

 

 

Psalmenkeuze kerstpreek 2016

Voor de preek:

 

Psalm 98 vers 2 en 3

2. Hij heeft gedacht aan Zijn genade,
Zijn trouw aan Isrel nooit gekrenkt.
Dit slaan al 's aardrijks einden gade,
Nu onze God Zijn heil om schenkt.
Juich dan den Heer' met blijde galmen,
Gij ganse wereld, juich van vreugd.
Zing vrolijk in verheven psalmen
Het heil, dat d' aard' in 't rond verheugt.

 

3. Doet bij uw harp de psalmen horen;
Uw juichstem geev' den Heere dank;
Laat klinken, door uw tempelkoren,
Trompetten en bazuingeklank.
Dat 's Heeren huis van vreugde druise
Voor Isrels grote Opperheer;
De zee met hare volheid bruise,
De ganse wereld geev' Hem eer.

 

Psalm 27 vers 1

God is mijn licht, mijn heil, wien zou ik vrezen?
Hij is de Heer', die hulp verschaft in nood.
Mijn levenskracht; 'k heb niet vervaard te wezen.
Hij is 't ,die mij beveiligt voor den dood.
Wanneer de macht der bozen sloeg aan 't woen,
En aanrukt om zich met mijn vlees te voen.
Stiet zelf dit rot,dat mij benauwt en haat,
Den voet en viel, omdat het God verlaat.

 

Morgenzang (gezang 9) vers 5 en 7

5. Verlicht ons hart, dat duister is,
Wil ons, naar Uw getuigenis,
Doen vlieden alle kwade paan,
En ijv'rig in Uw wegen gaan.

 

7. Troost allen, die in nood en smart,
Tot U verheffen 't angstig hart.
Maak ons in tegenspoeden stil,
Hoor ons, o God, om Jezus' wil.

 

Lofzang van Zacharias vers 1,2,4 en 5

1.Lof zij den God van Israel,
Den Heer', die aan Zijn erfvolk dacht,
En, door Zijn liefderijk bestel,
Verlossing heeft teweeg gebracht;
Een hoorn des heils heeft opgerecht;
't Geen Davids huis was toegezegd,
Dat wil Hij ons nu schenken;
Gelijk Gods trouw, van 's aardrijks ochtendstond,
Door der profeten wijzen mond,
Zich hiertoe aan de vaderen verbond.

 

2. God had hun, tot hun troost, gemeld,
Hoe Zijn gena ons redden zou
Van onzer haat'ren wreed geweld;
Nu blijkt Zijn onverwrikb're trouw;
Nu toont Hij Zijn barmhartigheid,
Van ouds den vaad'ren toegezeid,
En dat Hij wil gedenken
Aan 't heilverbond, aan dien gestaafden eed,
Dien Hij weleer aan Abram deed,
Aan Zijn verbond, dat van geen wank'len weet.

 

4. Dus wordt des Heeren volk geleid,
Door 't licht, dat nu ontstoken is,
Tot kennis van de zaligheid,
In hunne schuldvergiffenis;
Die nooit in schoner glans verscheen,
Dan nu, door Gods barmhartigheen,
Die, met ons lot bewogen,
Om ons van zond' en ongeval t' ontslaan,
Een ster in Jakob op doet gaan,
De zon des heils doet aan de kimmen staan.

 

5. Voor elk, die in het duister dwaalt,
Verstrekt deez' zon een helder licht.
Dat hem in schauw des doods bestraalt,
Op 't vredepad zijn voeten richt.

 

Na de preek:

 

Lofzang van Simeon vers 1 en 2

1. Zo laat Gij, Heer', Uw knecht,
Naar 't woord, hem toegezegd,
Thans henengaan in vrede;
Nu hij Uw zaligheid,
Zo lang door hem verbeid,
Gezien heeft op zijn bede.
 

2. Een licht, zo groot, zo schoon,
Gedaald van 's hemels troon,
Straalt volk bij volk in d' ogen;
Terwijl 't het blind gezicht
Van 't heidendom verlicht,
En Isrel zal verhogen.

 

Psalm 89 vers 1 en 7

1. 'k Zal eeuwig zingen van Gods goedertierenheen;
Uw waarheid t' allen tijd, vermelden door mijn reen.
Ik weet, hoe 't vast gebouw van Uwe gunstbewijzen
Naar Uw gemaakt bestek, in eeuwigheid zal rijzen;
Zo min de hemel ooit uit zijnen stand zal wijken,
Zo min zal Uwe trouw ooit wanklen of bezwijken.

 

7. Hoe zalig is het volk, dat naar Uw klanken hoort!
Zij wandlen, Heer', in 't licht van 't Goddlijk Aanschijn
voort;
Zij zullen in Uw Naam zich al den dag verblijden;
Uw goedheid straalt hun toe; Uw macht schraagt hen in 't
lijden,
Uw onbezweken trouw zal nooit hun val gedogen,
Maar Uw gerechtigheid hen naar Uw woord verhogen.