In het dal van de schaduw des doods.

In het dal van de schaduw des doods.

 

Soms loopt je levenspad door de dalen heen.

In het duister waar geen zon meer scheen.

Wat is je verdriet dan groot.

En voel je die stille, kille dood.

 

Wat kan die vraag dan zo ineens in je binnenstromen.

Waarom moet mij dit overkomen?

Is er dan geen God die weet?

Hoe moeilijk dit te dragen is al dit leed.

 

Mijn gedachten worden naar dit vers gedreven.

In’ t stille graf zingt niemands Heeren lof.

Het zielloos lichaam gedompeld in het stof.

Kan Hem toch geen glorie geven?

 

Ik staar met betraande ogen naar het open graf.

Is dit de zonde, is dit Zijn straf?

Neen het is een heengaan naar Vaderlijkhuis.

En zij mag nu toch zijn voor eeuwig thuis.

 

Nu vloeit mijn mond steeds over van Uw eer.

Omdat gij aan mij weleer.

Mij vertroosting hebt gegeven.

Nu weet ik vast God zal mij nooit begeven.

En word ik naar dit loflied gedreven.

 

Maar, trouwe God, Gij zijt
Het schild, dat mij bevrijdt,
Mijn eer, mijn vast betrouwen;
Op U vest ik het oog;
Gij heft mijn hoofd omhoog,
En doet m' Uw gunst aanschouwen.
'k Riep God niet vruchtloos aan;
Hij wil mij niet versmaan.
In al mijn tegenheden;
Hij zag van Sion neer,
De woonplaats van Zijn eer,
En hoorde mijn gebeden.

 

15 november 2014